ALGEMENE INFO

Stofwisselingaantasting

Onze stofwisseling is zeer complex. Op de pagina 'Aantastingen' wordt dit uitgebreider bekeken.
Hier een inleiding, waarbij Astma, Intoleranties, Eczeem en de Blood Brain Barrier besproken worden. Omdat die fundamentele zaken duidelijk maken.

ASTMA

ASTMA lijkt primair veroorzaakt te worden door het slecht functioneren van het afweersysteem bij kinderen (en deels door genetische overerving !) - in combinatie met omgevingsfactoren.
Dat afweersysteem wordt door een complex van factoren beïnvloed, zoals: overbelasting met bepaalde stoffen tijdens de zwangerschap (als de 'Blood Brain Barrier' nog niet gevormd is), vroeggeboorte, virusinfecties, antibioticakuren, voeding en omgevingsfactoren.
Zelfs het NIET krijgen van infecties (door vaccinaties en betere hygiëne) zou, volgens onderzoeken, de weerstand verzwakken, en daarmee astma veroorzaken... al klinkt dat niet helemáál logisch.
Astmapatiënten blijken een verstoorde darmflora te hebben. Een darmflora, die aangetast kan zijn door luchtvervuiling... of verkeerde/ besmette voeding (een proces dat niet zomaar omkeerbaar is).
Omdat de darmflora op allerlei aspecten van het metabolisme invloed heeft, hebben veel astmapatiënten ook andere lichamelijke en geestelijke problemen.

De relatie tussen darmflora en allergie is verder verduidelijkt door Artis en Hill (Nature 03-2012). Het blijkt dat een aangetaste darmflora - met minder bacteriën - leidt tot een aanzienlijke toename van IgE en (zie ook hieronder) en basofiele en mestcellen. In deze omstandigheden treden er veel heftigere allergische- en ontstekingsreacties op.
Nooit eerder is dit belang van een goede darmflora zo duidelijk gemaakt.
Gray e.a. 2017 maken verder duidelijk dat er een sterke relatie is tussen een aangetaste darmflora bij baby's door antibioticagebruik van de moeder en het optreden van longaantastingen - zowel bij muizen als mensen. Frappant was dat darmflora herstelmaatregelen bij de (muizen)moeders dit negatieve effect weer teniet deden...
Uit ander onderzoek blijkt het effect van langduriger antibiotica toediening bij baby's zelf ook ingrijpend te zijn, en structureel de darmflora aan te tasten.

Elders op deze site is meer te vinden over de relatie tussen darmen, lichaam en geest (bijv. bij Brood/allergie en Aantastingen/overgewicht).

Astma komt op een aantal pagina's op deze site ter sprake. Bijvoorbeeld bij Drinken, Toevoegingen, Aantastingen en Supplementen.
Belangrijk bij astma is het gedrag van mestcellen - onder invloed van processen in de hersenen en overschotten van bepaalde stoffen in het bloed.
Besproken wordt bijvoorbeeld de invloed van neurotransmitters als acetylcholine en glutamine en aantasting van de Blood Brain Barrier.

De belangrijkste omgevingsfactoren zijn:
  • Koude lucht*
  • Roken
  • Huisstofmijt en andere huisdieren (soms kakkerlakken en muizen)
  • Schimmels (fungiciden) in huis (geven ook andere ziekten), zoals vochtplekken in de kelder of badkamer (en ook aquaria, waarin zelfs Salmonella is aangetroffen - Neuwirth e.a.: Myocarditis due to Salmonella virchow and sudden infant death. Lancet 1999;354:1004. )
  • Geurstoffen, lichaamsverzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen, uitdampinggassen (van meubels, kunststof, muren, houtkachels) en oplosmiddelen in huis.
  • Sterke luchtvervuiling: vooral de FIJNSTOF luchtvervuiling (PM-10 tot PM 2,5) en de vervuiling met OZON (in smogsituaties) is schadelijk

* Het griepvirus (dat heftige aanvallen kan 'triggeren') verspeidt zich veel makkelijker in koude, droge lucht. De relatie kou-astma ligt dus niet helemaal duidelijk. En als iemand in huis griep/verkoudheid heeft, wordt dit makkelijk verspreid via deur- en kraanknoppen, koelkastdeuren en afstandsbedieningen, toetsenborden e.a. (waar het virus zeker 2 dagen traceerbaar is).
Om deze reden is hygiëne in huis dubbel belangrijk voor astmapatiënten.

Voeding en leefgedrag zijn ook belangrijke aspecten:
Bij 10-12 jarigen die meer dan 3 maal per week zoute snacks nuttigden, bleek de kans op astma met bijna 5 toe te nemen ! Die kans was het hoogste bij kinderen, die ook veel tv keken en games speelden (Arvaniti e.a. 2011).
Dat hangt natuurlijk ook samen met andere ongezonde leefpatronen.
Zo bleken kinderen die een dieet hadden, dat leek op het mediterrane, juist een lagere kans op astma te hebben.
De rol van supplementen is nog niet duidelijk. De meeste onderzochte enkelvoudige stoffen bleken weinig invloed te hebben.
Totale onderzoeken - waarbij alles wat bekend is over voeding en bepaalde stoffen (ook uit fytotherapeutische hoek) op een verantwoorde manier wordt ingezet, zijn er (nog) niet.

Dat soort totaalbehandelingen, waarbij ook andere middelen (zoals sauna en hibiscusthee) worden ingezet, zijn er nergens consequent totaal doorgevoerd. De onvolledige pogingen die daartoe genomen worden in bijv. kuurcentra, krijgen te weinig totale ondersteuning.
Laat staan dat dit bij de behandeling van astma tot een totaalbeleid voert.


NIET ALLEEN ASTMA

Dezelfde totaalbehandelingen zijn ook heilzaam voor andere mensen.  
Net zoals blootstellingen aan schadelijke stoffen ook slecht zijn voor mensen zonder astma. Mensen met astma zijn alleen gevoeliger.

Ontgiftiging van het lichaam - zoals door sauna - is bij allerlei metabolische aantastingen van belang. Net zoals goede en gerichte voeding.

Warmte-koude wisselingen zetten allerlei lichamelijke processen in gang, net zoals beweging en vasten.
Blootstelling aan koude zorgt zelfs direct voor afslanken - door het omvormen van vetcellen (Lee & Cowan, 06-2013).


Zogenaamde 'atypische' mensen (met o.a. doorzichtige huid, eczeem, bleekheid) zijn extra kwetsbaar voor astma.
Een van de lichaamseigen stoffen hierbij is TSLP, dat ontstekingen bevordert.
TSLP wordt onder controle gehouden door bijv. Interleukine-10. Er zijn verschillende natuurlijke producten, die Interleukine-10 promoten, zoals Cat's Claw (zie Supplementen).

Zowel astma als allergie komen minder voor bij BOERENkinderen.
Het blijkt nu, dat een bepaalde stof, die veel voorkomt in hooi (maar ook in andere planten, waarbij Arabische Gom eruit springt) - hiervoor verantwoordelijk lijkt te zijn: Arabinogalactan.
Arabinogalactan in lage doseringen geeft allergische reacties, zoals hooikoorts. Als in het eerste levensjaar een hoge blootstelling is, zoals op een boerenbedrijf, blijkt het echter juist allergiën te voorkomen (M Peters, 0710).

De 'natuurlijke' behandeling met allergieverwekkende stoffen in toenemende hoeveelheden (desensibilisatie of hyposensibilisatie of immunotherapie) zou met Arabinogalactan wel eens het meest effectief kunnen zijn.
Er is ook een positieve relatie tussen Arabinogalactan en een goede darmflora (Robinson e.a. 2001).

Een overzicht is hier te vinden.


ECZEEM

LUCHTVERVUILING blijkt in belangrijke mate bij te dragen aan huidaantastingen.
Harper & Callard hebben een sterke relatie aangetoond tussen de mate van luchtvervuiling, het gebruik van zeep en ontharingspleisters, en de aantasting van de opperhuid. Dit kan zelfs leiden tot het syndroom van Netherton, een ernstige vorm van eczeem.
Krutmann e.a. hebben een sterke relatie aangetoond tussen fijnstof in de lucht en huidveroudering. Ook is in dit onderzoek aangetoond, dat fijnstof uit verkeer door de huid dringt, en verdere schade aanricht in het lichaam.

Verkeerde voeding en chemicaliën hebben enorme negatieve invloeden op hormonale processen, die weer van invloed zijn op de huid.
Door allelei gifstoffen in milieu, voeding en lichaamsverzorgingsproducten wordt eczeem in de hand gewerkt.

De grote invloed van luchtvervuiling wordt verder besproken bij o.a. 'de Auto', 'Stenen en cement' en 'Energie en duurzaamheid(3)'.


INTOLERANTIES

Allergieën voor voeding- of inhalatiestoffen worden door de reguliere geneeskunde herkend en behandeld. Door middel van bloedonderzoek kan de aanwezigheid van IgE worden aangetoond.
Allergie wordt veroorzaakt door de werking van TH2 hulpcellen, die door het imuunsysteem worden aangemaakt.

Allergie is een toenemend probleem in onze maatschappij. De nieuwste wetenschappelijke inzichten richten zich op combinatie-effecten.
Zo lijkt allergie voor POLLEN toe te nemen door de vervuiling van die pollen met FIJNSTOF door autoverkeer. En is er een mogelijk verband tussen die pollenallergie en toenemende allergie voor FRUIT en GROENTEN (A.Fox, J.North, BBC 150409).

Er is een duidelijke relatie vastgesteld tussen KLIMAATVERANDERING
en de ontwikkeling van astma - en andere allergieën.
Beggs, Bambrick, 2006 en Ariano, 2010 tonen een oorzakelijk verband aan met de langere duur van het pollenseizoen door de temperatuursstijging op aarde.

In diezelfde periode is echter ook het aantal 'aerosolen' (fijnstofdeeltjes) blijven toenemen (voor meer info over klimaatverandering, zie 'Toekomstmuziek') - en ook de Ozonconcentraties in de lucht (zie hierboven).
Ozon is zeer slecht afbreekbaar, en verplaast zich daarom over de hele wereld.
In de EU is door maatregelen de ozonuitstoot de laatste paar jaar afgenomen, maar in het Verre Oosten is die extreem hoog, en neemt toe door meer luchtvervuiling met stikstofoxiden... niet alleen door de industrie, maar ook door de landbouw (o.a. door het gebruik van kunstmest).

ACUTE allergische reacties, die levensbedreigend kunnen zijn, zoals op bijensteken of op dieren of voeding, moeten bestreden worden met Epinephrine-injecties. Mensen die zo extreem manier reageren, moeten deze injecties altijd bij zich dragen - zeker bij verre reizen (D.Geffen 09-2009).

Er is een nieuwe generatie medicijnen in ontwikkeling, een soort drietrapsraketten, die imuuncellen binnendringen, en dan de 'productieswitch' van TH2 op TH1 hulpcellen zetten (TH1 cellen zetten aan tot de vorming van antilichamen).
Mogelijke veelbelovende alternatieven zijn behandelingen met Lectines en Anti-CD3 antilichamen, die ook beproefd worden bij een andere auto-imuunziekte: Diabetes type 1.
Er zijn ook meer natuurlijke 'behandelingen' mogelijk, bijv. door diëet, melkzuurbacteriën, kruiden, het homeopathische Lachesis (slangengif), zweten... en wonen in een schone omgeving (zie ' Supplementen').

De nieuwste behandelingen richten zich op immunotherapie (Cambr univ NHS). Dat is precies de behandeling, die de homeopathie al lang gebruikt, maar die nu door de reguliere wetenschap eindelijk erkend (en uitgediept) gaat worden.


Moeilijker wordt het wanneer er sprake is van intoleranties. Hierbij reageert het lichaam, net als bij een allergie, op een abnormale manier, echter het afweersysteem produceert geen IgE.
Ook duurt het vaak langer voordat er klachten optreden, waardoor er geen verband tussen de schuldige stof en de klachten wordt gelegd.
Dit zijn enkele van de redenen waarom het begrip intolerantie, vooral waar voeding een rol speelt, een nogal omstreden positie is gaan innemen.
Hier is een pdf over allergie en overgevoeligheid te downloaden.
Ouders hebben nogal snel de neiging, om bij hyperactiviteit en chronische, allergischachtige klachten van hun kind aan voedselovergevoeligheid te denken. Vaak blijkt de primaire oorzaak echter ergens anders te liggen.
Wel is het zo, dat - als de stofwisseling eenmaal aangetast is - het lichaam minder capaciteit heeft, om bepaalde eiwitten en gifstoffen te verwerken, waardoor overbelasting en stofwisselingsproblemen kunnen ontstaan (zoals bij suikerziekte).
Daarbij zijn lichamelijke reacties op lectines (bepaalde eiwitten in natuurlijke producten) nog te weinig onderzocht, en wordt er nog steeds meer bekend over processen in bijv. de darmen en hersenen.

Dit soort 'combinatie-intoleranties' zijn vaak zeer moeilijk te herkennen.
Intoleranties kunnen voor een scala aan klachten verantwoordelijk zijn waarvoor in eerste instantie geen plausibele verklaring wordt gevonden.
Bekende problemen veroorzaakt door intoleranties zijn o.a.: chronische vermoeidheid; klachten van het maagdarmklachten: aften, maagpijn, spastische dikke darm, de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa; huidklachten: jeuk, eczeem, netelroos, acne (bij volwassenen); gewricht- en spierklachten: variërend van atypische pijnen (waaronder fibromyalgie) tot reumatoïde artritis; hoofdpijn en migraine; astma, chronische verkoudheid of bijholteproblemen; premenstrueel syndroom; hypoglycemie; depressie, angstaanvallen; slaapstoornissen. Kenmerkend voor deze intoleranties is dat ze vaak plotseling zijn ontstaan. Na bijvoorbeeld een griep, antibioticakuur of een operatie werd de patiënt plotseling intolerant voor allerlei 'alledaagse' stoffen zoals schoonmaakmiddelen, haarlak, shampoo, alcohol enz.
Mogelijk is hier een verband met de, eerder vermelde, aantasting van de 'Blood Brain Barrier Passage', waardoor het lichaamsevenwicht kan veranderen.

Bij voldoende lichaamsherstel kunnen intoleranties weer even snel verdwijnen, als ze op kwamen zetten...



De BBB (Blood Brain Barrier).

Wat is de BBB ? Voor een goede werking van de hersenen moet de BBB een aantal stoffen doorlaten, want ook hersencellen hebben voedingsstoffen nodig willen ze goed blijven functioneren. Glucose is bijvoorbeeld de belangrijkste energiebron van de hersencellen. De hersenen hebben per dag 100 gram glucose nodig. Bovendien hebben de hersencellen voor het uitvoeren van de verschillende taken een groot aantal ionen (negatief of positief geladen deeltjes) nodig. Al deze stoffen kunnen de BBB alleen maar via een transportsysteem, dat van uit de hersenen bestuurd wordt, passeren. Door deze selectieve passage worden de hersencellen continu van de juiste voedingsstoffen voorzien en tevens beschermd tegen schadelijke stoffen en cellen uit de rest van het lichaam. Voor een goede werking van de hersenen en het zenuwstelsel is een mix van stoffen, in de juiste organisch 'gebonden' verhouding, nodig. Door een aantal oorzaken kan echter dat 'neurochemische' evenwicht verstoord worden (Z.E.).

Bijvoorbeeld: het gebruik van het aminozuur L-Glutamine op de nuchtere maag door bodybuilders, veroorzaakt in de hersenen de aanmaak van groeihormoon en glutamaat. Glutamaat is een neurotransmitter en smaakversterker, die ons doet geloven, dat iets lekker is, en die een deel van de ontgifting van de hersenen regelt.
Drugs- en tabaksverslaafden en alcoholisten hebben daardoor een chronisch te hoog glutamaatniveau (1).
Maar té hoge glutamaatniveaus vergiftigen juist de hersenen.
Glutamaat en de BBB worden verder besproken op de pagina over hersenschade en bij 'smaakstoffen'.

Glutamaat is maar één van de vele stoffen, die invloed hebben op de hersenwerking.

GEDRAGSVERANDERINGEN hebben te maken met het Oxytocine-niveau in de hersenen en de sturing door de Hippocampus, de 'processor' van de hersenen, die gebeurtenissen interpreteert, en eventueel 'wegschrijft' naar het geheugen.
Overal in de hersenen bevinden zich 'Oxytocine-receptoren'. Bij negatief gevoel is er een laag niveau aan Oxytocine, bij positief gevoel een hoog niveau.
Het Oxycotinegehalte wordt bepaald door hormonale processen.
Hormonale processen worden uiteraard beïnvloed door de productie van hormonaal werkende stoffen (die door de hersenen aangestuurd wordt).
En ook door producten (toevoegingen) die de stofwisseling beïnvloeden (de hormonenproductie hangt sterk samen met de stofwisseling).
Daarbij is van vele chemische en natuurlijke stoffen bekend, dat ze een hormonale werking hebben (bijv. weekmakers in plastic en haargel).
Hier ligt een verklaring voor de vaak geconstateerde relatie tussen gedragsveranderingen, voeding en leefomstandigheden.

Het Oxytocineniveau hangt ook sterk samen met AUTISME.
Een remedie tegen autisme is mogelijk inhalatie van Oxytocine (maar niet van de farmaceutische tegenhanger 'Pitocine').
Het oxytocineniveau kan natuurlijk verhoogd worden door positieve geestelijke stimulansen, en door natuurlijke producten als curcuma, lavas, visolie, groene thee (V. Ivanov e.a. 2006), en isoflavonolen uit andere planten (bijv. tomatenproducten en gegiste sojaproducten - ook traditioneel gegiste ketjap van de toko, niet die van Conimex).

De Hippocampus kan door een aantal oorzaken aangetast worden (Z.E.).
Een aangetaste Hippocampus leidt tot vervorming van de werkelijkheid, afvlakking van emoties, geheugenproblemen en soms tot angstgevoelens.
Zo hebben alle Amerikaanse veteranen met het 'Vietnam-syndrome' een sterk verkleinde Hippocampus (Brenner, Yale university). Waarom hun Hippocampus is aangetast, en die van andere veteranen niet, is onbekend (het lijkt erop, dat sommige mensen een slechtere 'Barrier' hebben tegen gruwelijke ervaringen - maar misschien spelen giftige stoffen (ontbladeringsmiddel, explosievenwalm) ook een rol).*
* Texaanse onderzoekers hebben inmiddels een gen geïdentificeerd, dat verklaart waarom sommige soldaten wèl het 'Gulf War Syndrome' hebben gekregen, en anderen niét... (zie ook Neuropsychopharmacology 070807)

Als we de parallel met 'onze' Bijlmerramp trekken, waar een aantal reddingswerkers en bewoners ook dergelijke symptomen kregen...
waarvoor de verklaring toch vooral gezocht wordt in het 'verarmde' - zeer giftige - uranium (dat als ballast voor vrachtvliegtuigen gebruikt wordt),
dan zou het gebruik van verarmd uranium in Amerikaanse en Britse granaten en raketten wel eens een verklaring kunnen vormen...

NIEUWS
Datum
{datum} {inhoud}



 

PAGINA OVERZICHT
laden...